Hij keek haar nog even na terwijl ze de straat uitliep. Bij de bocht draaide ze zich om en zwaaide. Haar bewegingen en vooral haar gitzwarte haar deden hem aan Anja denken. Het zwarte haar leek wel een blauwe gloed te hebben. Bijna schilderachtig.
Het was een avond zoals ieder mens die graag heeft. Windstil; een aangename temperatuur. Ook op straat was het stil. Freek vond het een mooi moment om nog even een uurtje op de veranda te gaan zitten. Wendy was net weg. De beide buren op vakantie. Niemand die hem zou komen storen. Genieten van de rust, op zijn veranda, met een pot thee.
Op weg naar de keuken liep hij langs de kast met zijn cd verzameling. Zijn oog viel op die ene symfonie. Zou het hem gegund zijn? Een uurtje. Het was het proberen waard. Hij liet de thee voor wat het was en pakte zijn discman. Of de duvel er mee speelde. Iedere keer wanneer Freek naar deze symfonie luisterde werd het genieten onderbroken. Door de telefoon. Iemand aan de deur, of ander storend kabaal in de buurt. Juist bij dat laatste, hemelse, gedeelte. Alleen dat gedeelte beluisteren was voor hem geen optie. Het was voor hem een logisch gevolg op het voorafgaande. Los, boette het in aan schoonheid. Hij kende ook maar weinig werken waarin een sopraan zo mooi opging in het orkest. Alsof het een instrument uit het orkest was. Anja had ook een prachtige sopraan gehad. Wendy ook, maar die wilde er niets over horen. Te pijnlijk. Begrijpelijk.
Freek genoot. Het moest lukken vanavond. Onafgebroken luisteren naar dit werk. Vanaf de veranda keek hij naar zijn tuin en naar de mooie roze gloed in de lucht. Niets ontging hem. Wisselingen in sfeer, de kleur van de houtblazers, de viool solo. Hij miste Anja. Ook zij hield van dit werk. Zelfs in haar meest ellendige periode kalmeerde ze van dit werk. Hoe tragisch het derde deel ook klonk, hoe bedompt men het zou kunnen vinden. Het gaf Anja rust en ontspanning.
Aan de overkant van de weg zag Freek langzaam Erna voorbij sloffen. Wat liep ze slecht. Ze knikte naar Freek. Even de duim onhoog vond Freek genoeg als antwoord. Nu geen gesprek. Niet nu. Nog voor de pauken aan het einde van deel drie zag Freek de overbuurman aankomen. Met transistorradio. Henk ging het gras maaien. De radio ging aan en de volume ging voluit. Het geluid vervormde. De motormaaier aan.
Nijdig sloeg Freek zijn deur dicht. Draaide de boel op slot en liep zijn tuin uit de straat op. Hij kon er niets van zeggen. Dat gras moet wel eens gemaaid worden. Maar weer geen deel vier! Hij liep naar de dijk aan het eind van de straat en langzaamaan verstomde het geluid van het grasmaaien en de ondefinieerbare herrie uit de transistor. Daar achter de dijk. Daar was hij echt alleen. Hij stak de dijk over en liep een flink stuk langs het meer richting het volgende dorp.
Bij een bankje keek hij goed om zich heen. Niemand te zien. In geen velden of wegen. Vanaf het bankje keek hij over het water. Het schemerde. De discman had hij meegenomen. De eerste twee delen liet hij maar voor wat ze waren. Hij toetste track drie in, en het langzame gedeelte begon weer. Links zag hij niemand. Rechts; Erna! Freek deed of hij haar niet zag. Niet nu...
Geen afleiding. De lucht was stil, zelfs het water was stil. Als een spiegel. Zonder het zelf te merken sloot hij de ogen. Hij luisterde en tegelijkertijd kwamen er herinneringen aan Anja bij hem naar boven. Dat zwarte haar met die blauwe gloed. Die mooie sopraanstem. Ze zou het hebben gekund. Toch zong ze nooit mee maar luisterde altijd muisstil naar het laatste gedeelte van dit werk.
De klarinet was begonnen. Deel vier. Eindelijk. Freek had nog steeds de ogen gesloten. Het was hem gegund.
“Meneer, hallo! Alles goed met u?”
Freek kwam met een schok overeind. Voor hem stond een agent. Een paar passen achter hem zijn collega.
“Iemand was ongerust over u. Is alles in orde?”
Aan het eind van de dijk zag hij Erna weg sjokken. Ze keek nog even om.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten