Op deze blog-site zullen weinig of geen foto's verschijnen, voorlopig niet. Hier komen alleen de teksten die ik schrijf of heb geschreven voor de 'covklanken'. Soms aangepast, soms onveranderd. Ook is het een 'try out' voor ander schrijfwerk.

zaterdag 20 augustus 2011

Associatie

Er zijn werken die me onherroepelijk doen denken aan een bepaalde periode of een gebeurtenis. Voor mijn gevoel was ik nog maar net lid van het koor, of ik moest een cursus volgen en die was, uiteraard, uitgerekend op de repetitie avond. Wel bijna een jaar! Dat beviel me destijds helemaal niet. Dat zingen vond ik zo leuk, zo interessant. En om dat nou aan de kant te moeten zetten was echt niet aanlokkelijk. De oplossing had ik al snel gevonden. Op maandagavond zou ik gewoon lekker mee gaan zingen in Bergen. Hetzelfde repertoire en ook nog eens bij dezelfde dirigent. Ik viel met mijn neus in de boter. In de roomboter! Bergen had zowel de ‘Johannes-passion’  als de ’Hohe Messe’ in studie genomen.  Beide werken hebben mij nooit meer losgelaten.   Met moeder en dochter Henstra reed ik iedere maandag naar Bergen. Het koor repeteerde destijds in het klooster van de zusters Ursulinen.  Op een avond vroeg ik tijdens de rit terug of er in het koor ook nog nonnen meezongen. Bijna de hele achterste rij alten bleek uit het klooster te komen. Ik had ze niet als kloosterlingen herkend. Zij droegen al lang geen herkenbare kleding meer maar liepen in gewone jurken; zuster Trees, zuster Gerárd, zuster Paulia, zuster Arnolda bij de alten en verderop ook nog wat sopranen.   Wél had ik ze al goed gehoord. Die stemmen klonken prachtig. Mooie volle stemmen. Nu nog,  als ik naar de ‘Hohe Messe’ luister moet ik bij ‘et incarnatus est’  heel even aan die zusters denken.

Een fiks aantal jaren later werd me een vraag gesteld waar maar één antwoord op mogelijk was. Een volmondig ja! Of ik mee wilde zingen met het schoolkoor van Pieter-Jan, in het concertgebouw. Er werd ook nog eens het ‘Requiem ‘ van Verdi uitgevoerd. Nee zeggen was voor mij onmogelijk.
De generale repetitie was in de sporthal van Schoorl. Op een bloedhete zaterdagmiddag. Prachtig weer voor het strand, de duinen of waar dan ook in de buitenlucht. Maar ik ging zingen. Graag zelfs! Er werd me een plaats gewezen en al snel kwamen er een paar tieners op me af. “wat kom jij hier doen?” “Zeker een idee van Pieter-Jan?”   Mijn opdracht was om te zingen en sowieso op tijd en goed in te zetten.  Ik was er niet tussen gezet om er de schoolmeester uit te hangen. Geen commentaar geven dus.  Tijdens de repetitie moest ik even wennen aan vooral de meisjes stemmen. Bij het ‘Dona eis’ zijn we gewend aan de volwassen stemmen van onze sopranen en alten. Hier klonken meisjes. Dat is wel even wat anders. Het klonk licht, zuiver en adembenemend mooi. De jongens voor mij wisten wel van wanten maar naast me hoorde ik weinig en achter me niets. Dat werd werken geblazen! Ergens tijdens die generale kon ik het niet laten iets tegen die tiener naast me te zeggen. “haal je die d niet?”  “natuurlijk wel!”  “nou zingen dan, toch zonde om het te laten liggen!!”  Het hielp ook nog. Hij zong en ging ook steeds meer meezingen.  Gelukkig werkte het aanstekelijk en hoorde ik steeds meer jongens zingen.
Zo warm als het al was. Ik zou het nog warmer krijgen.  Voor het concert zat ik in de kleedruimte van het concertgebouw tussen twee tieners wat te drinken en een broodje te eten. Mijn buurjongen uit het koor was daar ook even naast me komen zitten. Hij vroeg belangstellend waar ik normaal gesproken zong, wat we zongen en we raakten aardig in gesprek. Tot er op een  geven moment een gordijn werd weggeschoven. Daar kwamen wat meisjes aangelopen in prachtige zwarte jurken. Ik verslikte me bijna. Waar ik ook keek. Lange zwarte jurken. Met een split voor of achter. Hoog gesloten jurkjes, maar ook wat bloter. Met korte mouwen, spaghettibandjes en, geen bandjes.  “Dat vinden ze leuk hoor” zei de jongen naast me. “Hier gaan ze speciaal voor winkelen met hun moeder, of met elkaar”. Dat was duidelijk te zien. Heel duidelijk. Ze straalden erbij. Weer een gordijn opzij en ja hoor, de ene jurk nog mooier dan de ander. Weer die spaghettibandjes en splitten. Ik zuchtte even. “ik zing in Castricum. En daar willen de vrouwen broeken aan. Dat is modern”

In Schagen, dit jaar, viel mijn oog op een dame van het koor. Zij had een zwarte bloes aan, een zwarte maillot en een wel heel korte rokje. (het was eigenlijk alleen de zoom denk ik). Ze zag er mooi uit. Ik zou op straat zeker hebben omgekeken. Misschien nog wel een tweede keer ook. Toch lijkt me dat het voor koorleden stijlvoller is wanneer de kleding iets meer neigt naar een gala-avond. Als we allemaal achter het orkest staan, op het podium, ziet het publiek niet meer hoe lang of kort de jurken zijn. Maar we lopen wel door de concertzaal naar onze plaatsen. Men komt voor de muziek, uiteraard! Toch drukken onze teksten af in hele mooie tekstboekjes. “Want” zo zei onze voorzitter, “we kunnen ook een stencil uitreiken maar het moet wel wat cachet hebben. Men betaald toch een bepaald bedrag voor het concert”.

U raad het al waar ik aan denk wanneer het “Requiem” van Verdi klinkt; zingende tieners, spaghettibandjes, geen bandjes, splitten, geen splitten. En het was warm. Heel warm.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten