Op deze blog-site zullen weinig of geen foto's verschijnen, voorlopig niet. Hier komen alleen de teksten die ik schrijf of heb geschreven voor de 'covklanken'. Soms aangepast, soms onveranderd. Ook is het een 'try out' voor ander schrijfwerk.

zondag 21 augustus 2011

Een klein koor

Nog niet zo erg lang geleden, in mijn tienertijd, werkte ik twee zomers in Frankrijk. Mijn ouders hadden destijds daar vrienden wonen en mij leek het geweldig om daar wat vakantiewerk te doen. De eerste zomer bleef ik er achter na een korte vakantie. Het was een idee van de vader van het franse gezin. Hij kon wel wat hulp gebruiken en ik kon zo wat Frans leren. Ik ging er gretig op in. Deze vader was een Nederlander die kort na de oorlog naar Frankrijk was gegaan. Hij ontmoette er een Zwitserse vrouw en is daar toen voorgoed gebleven. In het gezin werd alleen Frans gesproken en inderdaad heb ik er het Frans aardig kunnen oppikken. Het was een tuinders gezin. Men verbouwde diverse groenten, maar vooral tomaten en komkommers. Het werk werd vooral in de ochtenduren gedaan. Er werd vroeg begonnen, zo rond zes uur. 
Ik woonde in bij het gezin  en deed ook mee aan het gezinsleven. Aan tafel, en ik vond dat heel bijzonder, werd er voor het eten gezongen. Mij ouders hadden de kerk achter zich gelaten. Ik kan me niet herinneren dat er ooit door mijn vader een gebed is opgezegd. Maar daar in Frankrijk was hun gebed een lied. Drie jaar geleden ben ik er weer eens geweest. De tafel was gedekt en ja hoor, de ogen gingen dicht en precies dezelfde liederen werden weer gezongen. Kippenvel.
Het gezin ging er naar de Eglise reformée. Dit is niet echt gangbaar in het zuiden van Frankrijk. Het overgrote gedeelte is er Rooms Katholiek. De dominee had er dan ook meerdere kerken bij te houden. Het werd me nooit gevraagd, maar het was vanzelfsprekend dat ik op zondagochtend mee ging naar de dienst. Die was dus niet iedere zondag in het dorp zelf maar de diensten werden ook in kerken in wat verder weg gelegen dorpen gegeven. Het eerste jaar dat ik er werkte vond ik het een langdradig gedoe. De dominee was ver in de zeventig en zijn preken duurden voor mijn gevoel akelig lang. Bovendien was mijn Frans toen nog gebrekkig, en de zijne razendsnel. Ik pikte er nauwelijks iets van op. Zijn gebit zat ook nog eens los wat ook voor het nodige oponthoud zorgde. Niet eens voor hilariteit. Men vond het kennelijk normaal. Mij werkte het op de lachspieren. Zijn vrouw was de organiste, met een knotje in het haar en een zwart jurkje aan zat zij achterin de kerk op het harmonium te spelen.
Het tweede jaar, inmiddels ook lid van een koor, werkte ik er een paar weken langer. Dat kon omdat ik eindexamen had gedaan en dus een paar weken langer vakantie had. De dominee was met zijn werk gestopt en er was een jonge levendige man voor in de plaats gekomen. De muziek in de kerk had ook hij aan zijn vrouw overgelaten. Zij had wat jongeren bij elkaar geroepen zo had zij een klein koortje gevormd. Op vrijdagavond werd er gerepeteerd, ook in de zomer. En uiteraard werd er van mijn verwacht dat ik mee zou zingen. Het was een klein koortje van pakweg twaalf jongeren. We repeteerden in de schuur, tussen de lege tomatenkistjes. De dochter des huizes begeleidde ons op een gitaar. Ondanks het kleine aantal koorleden was het leuk om zo te zingen.
In ons koor in Castricum hebben we een korte periode gehad waarin we een relatief klein aantal leden hadden, ongeveer vijfentachtig. Dat is voor een koor als het onze niet groot, maar de balans was goed en we konden evengoed interessante muziek uitvoeren. In die jaren werd ook regelmatig door het bestuur gevraagd naar nieuwe mensen uit te kijken. Enthousiast als ik was nam ik zo eens Christel mee. Een sopraan. Ze vond het geweldig om aan ‘die Schöpfung’ mee te repeteren. Dat zingen was voor haar een ontdekking. 
Christel studeerde in Amsterdam en kwam daar een aan het conservatorium studerende zweed tegen. Niet lang daarna ging ze met haar luit spelende Tommy mee naar Zweden. Jammer voor ons koor, maar ongelijk kon ik haar niet geven. Het zingen liet haar niet los en daar in de buurt van Ystad in het zuiden van Zweden zocht ze een vergelijkbare muzikale afleiding. Het werd een klein koortje van ook niet meer dan twaalf zangers. Dit koor repeteerde ook in een schuur maar dan tussen de hooibalen.  Er werd oude Scandinavische muziek gezongen. Tommy begeleidde hen op zijn luit. Ik heb geen flauw idee wat ik me erbij moet voorstellen maar het klinkt bij voorbaat al idyllisch.
In een klein koor zingen is absoluut niet erg, Als de stemmen in balans zijn kan je goed muziek maken en daar is dan spannend repertoire voor te vinden. Maar, zoals destijds in Castricum, zijn er dan wel werken die we zeker niet op de lessenaar kunnen zetten. Pieter-Jan Olthoff heeft om die reden het Requiem van Verdi eens afgeraden. Het koor zou dan, met het orkest wat er later bijkomt, te klein zijn geweest. Kijk, dat is nou wel jammer. Oude muziek, of werken met een kleinere orkestbezetting: prima. Maar met ons koor is het toch, vind ik, geweldig om bijvoorbeeld iets van Dvorák te doen, of Mendelssohn. Ook vraag ik me af, gezien het aantal bassen op dit moment, of de Mattheus-Passion nog voor ons weggelegd is. Bij de Mattheus, gaan we namelijk op in twee koren. Acht bassen, gedeeld door twee…
Het is maar goed dat we samen kunnen en mogen werken met de koren in Bergen en Schagen. Een paar dorpen verder.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten