De buurvrouw is verliefd. Met een stralende lach stond ze op
een avond dit voorjaar haar stoepje schoon te vegen. Dat lachen doet ze wel
vaker, maar dit zag er anders uit. Ik liep naar haar toe. “Lisette wat heb je
een prachtige Ceanothus” De lach
verdween en trok de uiteinden van haar vestje bij elkaar. “Nee..” ik wees op de
mooie bloeiende struik bij haar voordeur.
“Ik heb het daarover, geweldig, zo zie je ze zelden!” Ze begon weer te lachen. “Noem jij dat
zo?”
Andere dan de Latijnse namen van planten en bloemen ken ik
vaak niet. Dat heeft met mijn werk te maken. Het gebruiken van Nederlandse en
niet de internationaal bekende namen kan voor verwarring of onbegrip
zorgen. Vlijtigliesje, Kaapsviooltje
of Afrikaantje zeggen mijn collega's en ik dus nooit.
Kwekers en veredelaars geven nieuwe producten vaak naast de Latijnse naam
wel een tweede of derde naam ,die moet
blijven hangen en voor de nodige publiciteit kan zorgen. Er zijn bijvoorbeeld
Anthuriums naar onze jongste prinsessen vernoemd. Ik ken een Gerbera met als toegevoegde naam 'Toscane Yellow' en
een Guzmania ‘Bolero’. De Spathiphyllum veredelaars waren kennelijk
muziekliefhebbers. Achter deze plantennaam vinden we 'Bellini', 'Chopin', 'Verdi' en 'Vivaldi'.
Collega Bert en ik lopen zo’n drie keer per week de voorraad
door. We willen voorkomen dat planten aan de aandacht ontsnappen en te lang
blijven staan. In de hoek van de hal staat een koelcel met daarin producten die
door de koelte daar niet te snel in bloei schieten. We liepen er rond en mijn
oog viel op een partij tuinrozen. Engelse tuinrozen. Op een van de etiketten
zag ik : Rosa ‘Benjamin Britten’. Ik
reageerde enthousiast. “Hé Britten!” Bert keek me niet begrijpend aan. “Ja die
staan er al een week, ze moeten weg”. Benjamin Britten zei hem dus niets.
Nee, Bert luistert normaal naar Pink Floyd of Golden Earring. Klassieke muziek is voor
hem onbekend. De namen Mozart en Beethoven kent hij, en misschien Bach, maar
daar houdt het dan wel mee op. Benjamin Britten is ook niet echt een componist
waar iedereen zich iets bij kan voorstellen.
In die zelfde week ging ik bij een goede vriend op bezoek.
Hij had niet zo lang daarvoor een dierbare verloren en was om die reden naar
het herdenkingsconcert op Westerveld gegaan. Op tafel lag het programmaboekje.
We dronken zwijgend een kop koffie. Ik knikte naar het boekje. Ruud was onder
de indruk geweest. Er was erg mooi gesproken door Jan Terlouw en er was muziek.
“ Dat eerste stuk was mooi. Maar dat tweede…” Ik schoof het boekje naar me toe.
Het eerst werk was het vioolconcert van Mendelssohn. Ja, natuurlijk is dat
mooi. Ik ken niet alle vioolconcerten maar dit is voor mij gewoon hét
vioolconcert. Het tweede werk was het ‘Sinfonia da Requiem’ van Benjamin
Britten. Ruud keek me hoofdschuddend
aan. Mendelssohn, ja prachtig, maar Britten: “ik ben weggelopen.”
Ik ken het werk. Weglopen zou ik niet zo snel doen maar ik
kan me voorstellen dat deze muziek niet bij iedereen goed aankomt. Er waren op Westerveld meer
mensen die zich uit de voeten hadden gemaakt. Thuis gekomen kon ik het
niet laten even dat werk uit de kast te halen. Mij pakt het wel. Zijn ‘War
Requiem’ook trouwens!
Die rozenverdelaars. Hoe
komen die er nou bij om een roos naar Britten te vernoemen? Overigens is
het een prachtige roos; ‘red with a touch of orange’. Niet een roos om bij weg
te lopen. Van deze zelfde rozenfamilie vond ik nog: ‘Anne Boleyn’, ‘Falstaff’,
‘Jaqueline du Pré’ en ‘Mme Butterfly’.
Die Engelsen weten wel wat voor namen ze uitzoeken!
Lisette is trouwens nog steeds verliefd. Smoorverliefd. Wat later
sprak ik haar weer. En weer bij de voordeur. Hoe heet hij Lisette? Ze straalde
meteen. “Aad”. Ik wees naar de inmiddels
uitgebloeide struik. “Nee, die!”

Geen opmerkingen:
Een reactie posten