Op deze blog-site zullen weinig of geen foto's verschijnen, voorlopig niet. Hier komen alleen de teksten die ik schrijf of heb geschreven voor de 'covklanken'. Soms aangepast, soms onveranderd. Ook is het een 'try out' voor ander schrijfwerk.

maandag 14 november 2011

Stien

Onlangs was ze weer even op de televisie; Cristina Deutekom.
Gastheer Tijl Beckand was blij met haar komst en meldde meteen dat Nederland te weinig haar diva's eerde.
Daar ben ik het roerend mee eens. Er zijn opnamen genoeg van buitenlandse vocale solisten te vinden. Maar waar blijven opnames met Heleen Koele, Margareth Beunders of Hans de Vries...
Van de oudere generatie is nog wel eens iets te vinden, maar karig blijft het wel:
Aafje Heynis, Erna Spoorenberg en Gré Brouwenstijn zijn zomaar drie namen waarvan velen niet meer weten wat zij ooit deden. Onbelangrijk in de internationale muziekwereld waren zij in hun tijd zeker niet.

Aafje Heynis heb ik nog net even mogen meemaken als soliste bij ons koor. Ze zong de altpartij in de 'Messiah', met Robert Holl, Nelly van der Spek en Zeeger Vandersteene aan haar zijde. Overigens ook niet zomaar een stel solisten.

Cristina Deutekom kende ik destijds alleen van radio en tv. Een goed beeld had ik daardoor niet van haar. Eigenlijk vond ik haar stem maar niets. Scherp en irritant. Toch, een keer stond er in de krant een aankondiging van een Verdi opera met een volledige Nederlandse solisten cast. Ook Cristina Deutekom zat daar bij. Ik besloot toch maar eens naar de opera te gaan. In Amsterdam, toen nog in de stadsschouwburg. Het reserveren van een kaartje, nog gewoon per telefoon, viel niet mee. Bijna elke voorstelling was uitverkocht. "dat komt door de faam van Cristina Deutekom" vertelde de kaartverkoper me aan de telefoon. Er was uiteindelijk alleen nog maar plaats op een maandagavond. Niet echt een avond om op te verheugen. Toch deed ik het wel.

Het werd een onvergetelijke avond. Men zegt dat la Deutekom niet echt een goed actrice was. Dat zou kunnen maar dat maakte ze ruimschoots goed met haar stem. Ik zat aan mijn stoel genageld. Bij concerten en oratoria is een applaus  tussendoor niet gebruikelijk. In die jaren nog, was een applaus bij de passionen zelfs ongewenst! Daar, na de aria's een joelend publiek en zo nu en dan staande ovaties. Bravo geroep. Heerlijk!

Zoals veel opera's eindigde deze met een sterfscène. Een groot drama op dat toneel. Vlak na  het sterven van de hoofdrol, tja we waren tenslotte in Mokum, hoorden we, dwars door de stilte die was gevallen, buiten sirenes van ambulances loeien. Lachwekkend. Maar desondanks, een laaiend enthousiast publiek. Zeker ook voor de prima donna van de avond: la Deutekom!

Deze prima donna heb ik een jaar later nog in een Puccini opera mogen zien en horen. Nog steeds in de stadsschouwburg. Ze speelde in Turandot. Hoe zong ze? Geweldig. Tot dat ze opkwam miste de ik iets. Schwung en spanning ontbraken. Eenmaal op het toneel, tilde ze de het geheel op. Kreeg het glans. Geen actrice? Ik merkte het niet. Het publiek toen ook niet.

Het jaar erna kon ik weer geen kaartje bemachtigen voor een opera met Cristina erbij. Uitverkocht. Balen.
Tot ik in de krant las dat Cristina moest afhaken. Ze zou niet meer aan opera's meedoen vanwege hartklachten.

Haar aanwezigheid in het programma 'de tiende van Tijl' deed mij wat. Inderdaad, Nederland mag haar diva's best wel eren en er trots op zijn.


vrijdag 4 november 2011

Een roos


De buurvrouw is verliefd. Met een stralende lach stond ze op een avond dit voorjaar haar stoepje schoon te vegen. Dat lachen doet ze wel vaker, maar dit zag er anders uit. Ik liep naar haar toe. “Lisette wat heb je een prachtige Ceanothus”  De lach verdween en trok de uiteinden van haar vestje bij elkaar. “Nee..” ik wees op de mooie bloeiende struik bij haar voordeur.  “Ik heb het daarover, geweldig, zo zie je ze zelden!”  Ze begon weer te lachen. “Noem jij dat zo?” 
Andere dan de Latijnse namen van planten en bloemen ken ik vaak niet. Dat heeft met mijn werk te maken. Het gebruiken van Nederlandse en niet de internationaal bekende namen kan voor verwarring of onbegrip zorgen.  Vlijtigliesje, Kaapsviooltje of  Afrikaantje zeggen mijn collega's en ik dus nooit. Kwekers en veredelaars geven nieuwe producten vaak naast de Latijnse naam wel  een tweede of derde naam ,die moet blijven hangen en voor de nodige publiciteit kan zorgen. Er zijn bijvoorbeeld Anthuriums naar onze jongste prinsessen vernoemd. Ik ken een Gerbera  met als toegevoegde naam 'Toscane Yellow' en een Guzmania ‘Bolero’. De Spathiphyllum veredelaars waren kennelijk muziekliefhebbers. Achter deze plantennaam vinden we  'Bellini', 'Chopin', 'Verdi' en 'Vivaldi'. 
Collega Bert en ik lopen zo’n drie keer per week de voorraad door. We willen voorkomen dat planten aan de aandacht ontsnappen en te lang blijven staan. In de hoek van de hal staat een koelcel met daarin producten die door de koelte daar niet te snel in bloei schieten. We liepen er rond en mijn oog viel op een partij tuinrozen. Engelse tuinrozen. Op een van de etiketten zag ik : Rosa ‘Benjamin Britten’.  Ik reageerde enthousiast. “Hé Britten!” Bert keek me niet begrijpend aan. “Ja die staan er al een week, ze moeten weg”. Benjamin Britten zei hem dus niets. Nee,  Bert  luistert normaal naar Pink Floyd  of Golden Earring. Klassieke muziek is voor hem onbekend. De namen Mozart en Beethoven kent hij, en misschien Bach, maar daar houdt het dan wel mee op. Benjamin Britten is ook niet echt een componist waar iedereen zich iets bij kan voorstellen. 
In die zelfde week ging ik bij een goede vriend op bezoek. Hij had niet zo lang daarvoor een dierbare verloren en was om die reden naar het herdenkingsconcert op Westerveld gegaan. Op tafel lag het programmaboekje. We dronken zwijgend een kop koffie. Ik knikte naar het boekje. Ruud was onder de indruk geweest. Er was erg mooi gesproken door Jan Terlouw en er was muziek. “ Dat eerste stuk was mooi. Maar dat tweede…” Ik schoof het boekje naar me toe. Het eerst werk was het vioolconcert van Mendelssohn. Ja, natuurlijk is dat mooi. Ik ken niet alle vioolconcerten maar dit is voor mij gewoon hét vioolconcert. Het tweede werk was het ‘Sinfonia da Requiem’ van Benjamin Britten.  Ruud keek me hoofdschuddend aan.  Mendelssohn, ja prachtig, maar  Britten: “ik ben weggelopen.”
Ik ken het werk. Weglopen zou ik niet zo snel doen maar ik kan me voorstellen dat deze muziek niet bij iedereen goed  aankomt. Er waren op Westerveld  meer  mensen die zich uit de voeten hadden gemaakt. Thuis gekomen kon ik het niet laten even dat werk uit de kast te halen. Mij pakt het wel. Zijn ‘War Requiem’ook trouwens!
Die rozenverdelaars. Hoe  komen die er nou bij om een roos naar Britten te vernoemen? Overigens is het een prachtige roos; ‘red with a touch of orange’. Niet een roos om bij weg te lopen. Van deze zelfde rozenfamilie vond ik nog: ‘Anne Boleyn’, ‘Falstaff’, ‘Jaqueline du Pré’ en ‘Mme Butterfly’.  Die Engelsen weten wel wat voor namen ze uitzoeken! 
Lisette is trouwens nog steeds verliefd. Smoorverliefd. Wat later sprak ik haar weer. En weer bij de voordeur. Hoe heet hij Lisette? Ze straalde meteen. “Aad”.  Ik wees naar de inmiddels uitgebloeide struik. “Nee, die!”